Nadat we de avond ervoor uitgebreid toilet hebben gemaakt, gaat op tijd de wekker al weer. Om 09.35 uur vertrekt ons vliegtuig naar Bario, een dorp diep in de binnenlanden van Borneo, vlak tegen de grens met Kalimantan (Indonesië) aan. Snel pakken we onze reistasje en rugzakken weer in, zodat we nog even snel kunnen ontbijten voor de taxi ons weer naar het vliegveld brengt. Normaal pakken we daarvoor de bus, maar aangezien we geen idee hebben hoe lang die er over doet, nemen we geen risico's.
Precies 45 minuten voor vertrek komen we op het vliegveld en lopen richting de incheckbalie. Weer hebben we geen bagage, maar ik krijg het zonderlinge verzoek om op de band te gaan staan. We kijken elkaar aan en ik vraag voor de zekerheid nog een keer wat de dame achter de balie nou precies zei. Jawel, ik moet met handbagage en al op de band gaan staan. Lachend voldoe ik aan haar verzoek en als ik op de cijfers van de weegschaal kijk, staan daar allemaal nullen. "Hij is zeker stuk" zegt Pam grinnikend, maar al snel blijkt dat de weegschaal niet boven de honderd kilo aan kan geven. Dan maar in twee delen, besluit ik en stap van de band, maar laat de bagage liggen. Oké dat is één, en stap er nu zonder bagage op. 98,7 kilo staat er op de teller (mooi, nu weet ik ook weer hoeveel ik ongeveer zelf weeg). Ook Pam moet eraan geloven en wordt keurig gewogen en onze gewichten worden op een papiertje geschreven. Het moet wel een erg klein vliegtuigje zijn als ze onze gewichten willen weten. Gierend van het lachen lopen we naar de gate. Dit hebben we nog nooit meegemaakt.
Vanuit de wachtruimte zien we ons vliegtuigje al staan en inderdaad, groot is hij niet. We vliegen met een zogenaamde Twin Otter, een tweemotorig propellortoestel. Als ik aan boord stap, moet ik diep bukken, anders pas ik er echt niet in en ik laat me dan ook in de eerste de beste stoel vallen. Nou ja stoel, meer dan een zitting en een neerklapbare rugleuning is het niet. De handbagage leg je maar ergens onder je eigen stoel of op een lege stoel, want opbergruimte voor handbagage is er niet. Ook de airco is of niet aanwezig of doet het niet, want het is behoorlijk warm in het toestel. Voorin hangen twee gewone ventilatoren, die blijkbaar voor verkoeling moeten zorgen, alhoewel we daar achterin niks van merken. Er stappen nog vijf mensen aan boord met allerhande bagage, van een rugakje, net als wij, tot en met twee treetjes eieren. De deur van de cockpit staat gewoon open en we kunnen tijdens de start dan ook gewoon recht vooruit naar buiten kijken en zien wat de piloten zien. Wel erg gaaf om zo eens een start mee te maken en naar voren te kunnen kijken. Van enige instructies op het gebied van de veiligheid is geen enkele sprake. Ten eerste omdat er geen stewardess is, die ons het overbekende verhaaltje kan vertellen. Ten tweede omdat als het fout gaat, die veiligheidsinstructies waarschijnlijk toch geen enkele zin hebben.
Tijdens de vlucht blijft de cockpitdeur gewoon open staan en we kijken naar buiten en bestuderen geïnteresseerd alle metertjes. Erg hoog gaan we toch niet voor mijn gevoel, want we kunnen alle details op de grond duidelijk zien. We zitten koud in de lucht of het vliegtuig begint al weer te dalen voor de tussenlanding in Marudi. Nog geen twintig minuten verder en we staan met vliegtuig en al al weer op de grond van de luchthaven van Marudi. Iedereen stapt uit en we besluiten om hetzelfde maar te doen. Een vraag aan één van de piloten leert, dat we hier vijftien minuten blijven staan. We slenteren over het platform richting de verkeerstoren, annex luchthavengebouw. De vertrekhal is een hok van 2,5 bij 4 meter en de deuren aan beide zijden staan gewoon open. We kunnen gewoon de straat oplopen. Tot onze verbazing is er ook nog een VIP-ruimte, maar helaas is deze dicht. Wat moet dit vliegveld in godsnaam met een VIP-ruimte?
Ondertussen wordt er van alles en nog wat in het vliegtuig geladen. We moeten vreselijk lachen, als we zien hoe zakken met het één of ander gewoon in de cabine worden geladen in plaats van in het bagageruim, omdat die allebei al vol zijn. We hebben nog net geen levende kippen bij ons. We slenteren terug naar het vliegtuig en we kunnen rustig in de cockpit kijken, waarvan allebei de deuren gewoon openstaan, zonder dat er iemand in de buurt is. Onvoorstelbaar is dit. Op Schiphol wordt je waarschijnlijk als terrorist behandeld als je binnen vijftig meter van een vliegtuig durft te komen, hier loop je er gewoon vrolijk omheen en neem je op je dooie akkertje eens een kijkje. Echt geweldig is dit.
Even later stappen we weer in en blijkt dat er nog maar vijf pasagiers over zijn. We zijn wat verder naar voren gaan zitten, zodat we nog beter bij de piloten naar binnen kunnen kijken. Omdat ik nu ongeveer weet waar alle metertjes zitten - niet dat ik weet waar ze allemaal voor dienen - kan ik ook zien hoe hoog we vliegen. We komen niet verder dan ruim 8.500 voet (een kleine drie km) hoogte. Als we naar buiten kijken, zien we de grond ook steeds dichterbij komen, maar de hoogtemeter zakt nauwelijks. Als we over een bergkam heenkomen, kijken we ineens een groot dal in met allemaal huizen en rijstpadi's. En nog geen vijf minuten later staan we al weer op het volgende vliegveldje. We blijken al in Bario te zijn, na een korte vlucht van slechts een half uurtje.
De landing vanuit de cockpitOp het vliegveld herbevestigen we meteen onze vlucht. Als je dat niet doet, heb je kans dat je niet terug kan, omdat het vliegtuig vol is, ook al heb je een ticket. De dame achter de balie vraagt waar we heen willen en regelt tot onze verrassing vervoer. Onze chauffeur blijkt zijn vader op te komen halen en vraagt of we de tijd hebben om het dorp te bekijken, zodat hij eerst zijn vader thuis kan brengen. Als we daar aankomen, worden we binnengevraagd. Het blijkt echt een goede zet geweest te zijn om met hem mee te rijden. We zijn namelijk in het oudste overgebleven long-house van Bario beland. Echt een belevenis om in een orgineel long-house te komen en niet in een voor de toeristen georganiseerde toestand.
Als we de trap oplopen, komt de rooklucht van de vuurtjes ons al tegemoet. We komen binnen in het publieke gedeelte van het huis. Hier zijn de keukens van alle gezinnen die er wonen. Het is één grote lange ruimte van wel honderd meter lang. Het is er nu erg rustig, iedereen is of aan het werk of naar school. Meer naar binnen liggen de privé-vertrekken van de bewoners, die allemaal hermetisch zijn afgesloten. Achter de leefruimtes is nog een gang, die over de hele lengte van het gebouw loopt. Hier worden de officiële happenings georganiseerd, zoals naamdagen, trouwerijen, etc. We worden door Peter - onze chauffeur - meegenomen op een rondleiding door het pand en zitten even later bij hem en zijn vader aan de keukentafel en leren zo veel over Bario, de bevolking en de omgeving.
Het oudste overgebleven longhouse in BarioHet long-house blijkt al honderden jaren oud te zijn, alleen een aantal jaar geleden is het afgebroken en op een andere plaats opnieuw opgebouwd, zodat het huis nog langer gemaakt kon worden. Aan één muur kan je ook de verschillende manieren van houtbewerking zien. De oudste planken zijn met een soort van bijl afgevlakt, daarna gebruikte men een soort van 2-mans zaag, toen kwam de kettingzaag en tegenwoordig worden de planken met de cirkelzaag op maag gemaakt. Aan de structuren op de planken kan je zien welke gereedschappen gebruikt zijn. In de omgeving staan nog maar zeer weinig echte long-houses. Ze zijn afgebroken om "normale" huizen te kunnen bouwen. Gelukkig heeft men het besef gehad om dit pand te laten staan om het culturele erfgoed van de Kelabit te bewaren.
Peter blijkt in Kuala Lumpur te hebben gestudeerd en een paar jaar voor Shell te hebben gewerkt. Aangezien zijn ouders hier nog steeds wonen en al flink op leeftijd beginnen te komen, heeft hij besloten om terug te komen naar Bario en voor hen te zorgen. Daarnaast is hij een zeer ervaren gids en zet zich in om grote stukken van de omgeving van Bario opgenomen te krijgen als nationaal park. Rondom Bario vindt zeer veel houtkap plaats en wordt het oerwoud langzaam maar zeker steeds meer aangetast. De laatste aanwinst is 70.000 km2 bos, dat nog niet zo lang geleden is toegevoegd aan het al bestaande nationale park. Aangezien aan de Indonesische kant het grensgedeelte al is uitgeroepen tot beschermd gebied, wil hij nu proberen het Maleise en Indonesische deel samen te laten voegen tot een groot beschermd gebied. Het maakt tenslotte niet uit dat er een grens door een nationaal park loopt, als het maar beschermd wordt. Buitenlandse hulp is hierbij wel nodig, want naar een persoon wordt niet echt geluisterd. Maar zodra buitenlandse bedrijven druk beginnen uit te oefenen, blijkt er ineens veel meer mogelijk te zijn.
Bario is het gebied van de Kelabit, een stam die hier al honderden jaren woont. Het heet hier dus niet voor niks The Kelabit Highlands. Het gebied ademt totale rust uit. Het is dat ook hier brommertjes aanwezig zijn, maar anders zou het hier nog stiller zijn. De paar auto's die er zijn, moeten via de lucht worden aangevoerd, want er is geen andere route. Hiervoor moet de auto grotendeels uit elkaar gehaald worden, aangezien het gewicht meer is dan het vliegtuig aankan en ter plekke worden de auto's weer in elkaar gezet. En zo wordt alles wat hier in Bario nodig is, via de lucht aangevoerd. Gelukkig hebben ze tegenwoordig een normale geasfalteerde start- en landingsbaan en worden er maar weinig vluchten afgelast, maar in het verleden was dat wel anders.
Omdat Peter ons zo vriendelijk heeft ontvangen, besluiten we om in het hostel van zijn familie te verblijven. Van buiten ziet het er niet bijzonder uit, maar als je binnenkomt, stap je een grote relaxte ruimte in met banken, waar we wel wat uurtjes door kunnen brengen. Via een kleine trap bereiken we de slaapkamers, die er allemaal zeer netjes uitzien. Aangezien we de enige twee gasten zijn op het moment, kunnen we kiezen welke kamer we willen hebben. We hebben koud onze spullen neergelegd, of we worden aan de lunchtafel geroepen. Je kan hier kiezen uit alleen slapen of een all-inclusive pakket, wat aan te bevelen is, aangezien er in de paar lokale supermarktjes niet veel meer te krijgen is dan noedels en noedels. En dat is toch wel een heel gebrekkig menu.
De lunch is heel wat anders dan we normaal gewend zijn. Rijst, gebakken varkensvlees, groente (!!) en verse ananas om het af te maken. En in hoeveelheden die ook niet echt Aziatisch aandoen. Niet een bord vol, maar gewoon zelf opscheppen. Dat belooft wat voor het diner. Na de lunch besluiten we om op ons gemak de omgeving te verkennen. We lopen door rijstverlden, langs de lokale lagere school en maken zo een grote ronde door de vallei. Na nog een dutje gedaan te hebben op een grasveldje slenteren we weer terug naar het hostel, waar het diner al op ons staat te wachten.
Landelijk tafereel's Avonds werkt Pam ons dagboek bij op de laptop, terwijl ik wat zit te lezen. Tegen 22.00 uur komen er kaarsen op tafel en gaat het licht ineens uit. Gelukkig hebben we de batterijen van de camera's al opgeladen, want het betekent dat er helemaal geen stroom meer is. Aangezien de accu van de laptop bijna leeg is, zullen we een hele dag moeten wachten voor we de accu weer op kunnen laden. Snel daarna besluiten we om ons bed maar in te gaan, aangezien er verder niks te doen is. De hanen schijnen hier echter niet geheel volgens de normale klok te werken, want rond een uur of vier klinkt het eerste gekraai al door het dal. Pam slaapt er gewoon doorheen, maar ik ben meteen klaarwakker. Na nog wat draaien en dommelen, besluit ik om half zeven maar op te staan en een wandelingetje te maken.
Buiten is het nog stil, maar blijkbaar begint het leven hier vroeg. Want onderweg kom ik de eerste mensen al tegen en ook de kinderen zijn al onderweg naar school. Die begint hier iets vroeger dan in Nederland. De mensen zijn hier even vriendelijk, want iedereen die je tegenkomt, wenst je goedemorgen. Een klein uurtje later ben ik weer terug, op tijd voor het ontbijt.
We besluiten om die dag niks te doen. We hebben even genoeg jungle gezien en willen alleen maar een beetje lekker rondwandelen en de omgeving bekijken. We stallen onze laptop bij het lokale internetcafé, om deze te laten opladen en wandelen rustig verder. In tegenstelling tot het laagland, is het hier heerlijk koel. Normaal breekt het zweet me na een paar meter al uit, maar hier blijft mijn shirt gewoon droog. Totdat het begint te regenen, maar we vinden gelukkig een afdak waar we kunnen schuilen. Als het weer droog is, wandelen we terug en onderweg worden we binnengevraagd in een ander longhouse. Het is een groot pand, niet zo oud als die waar we eerst waren en er wonen, behalve de eigenaar, geen mensen. Het dient als guest house en ziet er zeer netjes uit. We worden onthaald met koffie en verse ananas en we proeven tapioca, die ook nog op tafel staat. Het is de Aziatische variant van aardappel, maar dan smakelozer.
Nadat we afscheid genomen hebben van de gastvrije eigenaar, van wie we nog een verse ananas kado krijgen, wandelen we terug naar ons eigen hostel, waar we precies op tijd aankomen voor de lunch. Veel meer dan wat rondlopen, lezen, typen en eten doen we hier niet. En behalve trekkings maken, is hier ook niet veel meer te doen. Maar dat is eigenlijk ook waarvoor we gekomen zijn. De middag brengen we verder door met lezen en laptoppen.
Tijdens het avondeten begint het te regenen en niet te zuinig ook. Later die avond gaan we terug naar het long-house, om het sociale leven daar mee te maken. Als we om half negen aankomen, is het grootste deel van de ruimte al leeg en donker. De meeste bewoners zijn al naar bed, alleen zitten hier en daar nog wat jongeren. Het leven heeft hier echt een ander ritme dan bij ons. Maar de ouders van Peter zijn nog wakker en bij het kleine vuur van de keuken, speelt zijn moeder op een bijzonder instrument. Het bestaat uit een dik stuk bamboe, waar aan één kant een gleuf in is gemaakt. Aan elk uiteinde zit een gat. Uit de bast zijn aan beide kanten twee snaren gesneden, die aan weerskanten nog vast zitten en worden gestemd, door er stukjes hout onder te schuiven. Je legt het recht vooruit op je schoot en bespeelt met elke hand twee snaren. Het geluid is verrassend mooi. Wij mogen ook nog een poging wagen, maar het is moeilijker dan het lijkt.
We zitten nog wat bij het vuur en kletsen nog wat. Af en toe kan je elkaar nauwelijks verstaan door de regen die op het golfplaten dak klettert. Er komt af en toe echt veel water naar beneden. Tegen half elf vertrekken we weer naar ons hostel en duiken meteen ons bed in. Veel anders is er toch niet te doen en we hebben deze dag al genoeg "opwinding" gehad. Ook deze nacht loopt de wekker van de hanen weer te vroeg af en door het hele dal wordt de ene na de andere wakker en laat zichzelf horen. Gelukkig duurt stopt hierdoor de luidruchtige cicade die vlak buiten ons raam zit en nog geen vijf minuten later geven de hanen het gelukkig ook weer op.
Tegen zessen worden we wakker, omdat er iemand hout staat te hakken. We vragen ons af wie er in godsnaam zo vroeg hout staat te hakken, maar blijkbaar is dat een normale bezigheid hier op dit uur van de dag. Het vuur in de keuken moet tenslotte ook branden. De rest van de ochtend hangen we wat rond het hostel en werken ons dagboek bij. We moeten op tijd op het vliegveld zijn, want rond één uur gaat onze vlucht terug naar de bewoonde wereld.
Lees ook deel 13 van dit verslag »