Deze ochtend hebben we nog niks op het programma staan. We moeten eens nadenken over het vervolg van onze reis. Wat willen we zien, wat willen we doen en wat moeten we daarvoor regelen. Op Maleis Borneo zijn twee nationale parken waar je - met een beetje geluk - de Rafflesia kunt zien bloeien. Dit is 's werelds grootste bloem, alhoewel de geur je terug doet deinzen, omdat het een parasiet is. Het duurt negen maanden voordat de bloem tot bloei komt en daarna bloeit hij maar zo'n vijf dagen, dus is het vrij uniek om er eentje te kunnen zien. Het geluk is hier niet met ons, want de laatste bloem heeft al zo'n maand geleden gebloeid en ze kunnen nooit precies van tevoren aangeven wanneer de volgende weer komt. We besluiten het park dan maar over te slaan onder het motto dat we nog veel nationale parken tegen zullen komen.
Vanuit Kuching willen we doorreizen naar Miri, van daaruit naar Batu Niah en Bario in de binnenlanden. Dan via Miri naar Brunei. Vervolgens terug naar Maleisië: Kota Kinabalu, Sandakan, Semporna en Sipadan. Dat laatste is een eiland waar je geweldig schijnt te kunnen duiken. En dan via Tawau de grens over naar Indonesië, naar Tarakan. Voor Indonesië willen we graag een zestig dagen visum in plaats van de dertig dagen, die ter plekke aan de grens afgegeven worden. Hiervoor gaan we op zoek naar het Indonesische consultaat in Kuching. Een zoektocht van zeker een halve dag. Met de bus een kwartier naar de locatie, een bord op het hek 'wij zijn verhuisd', terug naar het centrum en nog niets te vinden. Het is zwaarbewolkt, maar de klamme hitte hangt om ons heen. Juist doordat er geen zon schijnt én de luchtvochtigheid enorm is, voelt het overal als oventemperatuur. We zijn dan ook al snel weer allebei doorweekt. Iemand stuurt ons door naar een hoog gebouw, daar ergens op de vijfde etage zou het consultaat moeten zitten. Uiteindelijk hebben we vijf gebouwen van binnen gezien en pas in 't zesde is het consultaat gehuisvest. Binnen twee tellen staan we weer buiten. Een consultaat mag alleen visa voor langere tijd geven aan mensen die dit voor hun werk nodig hebben, zoals expats of inwoners van Maleisië. In Bandar Seri Begawan, de hoofdstad van Brunei, zit een ambassade en zij mogen hopeljk wel langere toeristenvisa verstrekken. Laten we hopen dat het daar lukt en anders moeten we Indonesië in hoger reistempo gaan doen. De laatste optie is altijd nog om tussentijds even opnieuw de overstap naar Maleisië of Singapore te maken, zodat we een nieuw visum kunnen krijgen.
Bij terugkomst in ons hostel doe ik nog even een wasje. Dan kunnen we morgen weer fris en schoon op pad. De rest van de middag en avond brengen we door in een internetcafé. Ries is enorm blij. De verbinding hier is goed en snel en hij kan de foto's op de website zetten. Met de verhalen zijn we inmiddels ook weer bij. En 's avonds om 23.00 uur staat alles erop. In de tussentijd struin ik het internet af, op zoek naar interessante reizigers- en landeninformatie. We hebben slechts een Lonely Planet van Zuidoost Azië en alle landen ten noorden van Birma en Vietnam staan daar niet in. Voor China, Tibet, Nepal, Mongolië, Bangladesh en India moeten we losse versies kopen of echt op de bonnefooi gaan. Eventueel aangevuld met reizigersinformatie en verhalen van al onze voorgangers.
Tijdens mijn speurtocht beland ik op de site van Molvanië. Een land wat ergens in het Oostblok ligt en nog niet door de toerist ontdekt is. Een reisboek geeft uitgebreide omschrijvingen over het wel en wee van de bevolking, de cultuur, geschiedenis, taal en de bezienswaardigheden. Voor degenen die nog echt op zoek zijn naar de onbedorven vakantieplekjes: www.molvanie.nl. We lachten ons tranen met tuiten om de omschrijvingen en foto's op de site en ik denk nog even dat het grap is dat je het boek kan bestellen. Maar heus, via Boll bestel ik vanuit Kuching het boek 'Molvanië, een land gevrijwaard van moderne tandheelkunde', dit is te leuk om te laten liggen!!! Kijk op de site en oordeel zelf.
Vliegen van Kuching naar MiriEigelijk was het plan om met de bus naar Bintulu te gaan, maar vanuit Kuching duurt deze tocht een kleine elf uur. Ondanks dat de afstand op de kaart nog geen vierhonderd kilometer lijkt, doen we er dan even lang over als van Amsterdam naar Bangkok. Na rijp beraad wijzigen we de plannen. We gaan met Air Asia naar Miri, wat nog een stuk verder ligt, langs de kust met de Chinese Zee. Van daaruit willen we in elk geval naar Niah Caves National Park en naar Bario & The Kelabit Highlands. Bario is alleen per vliegtuig te bereiken en wordt omschreven als een plaatsje met achthonderd inwoners en tien auto's.
Het vliegen met Air Asia is weer net zo gemakkelijk als een treinkaartje kopen in Nederland. We gaan naar het vliegveld in Kuching en melden ons bij de balie met de vraag of er nog een plekje is. Ruim tweeënhalf uur later zitten we in de lucht en na een uurtje staan we in Miri. De diverse folders op het vliegveld over Niah Caves en Gunung Mulu National Park overtuigen ons er helemaal van dat we de juiste bestemming gekozen hebben.
We nemen onze intrek in wéér een ranzig hotel. Het hotel waar we naar toe wilden, zat vol en met de rugzakken op zien we het niet zitten om nog veel verder te lopen. We hebben geen goede plattegrond van Miri en het is inmiddels ook al zes uur. De kamers blijven ons toch weer verbazen. De trappenhuizen zien er redelijk goed uit en dan kom je in een kamer met twee bedden. Bij eentje zijn de twee achterpoten weg of dit is de Maleise versie van het kiep-kantel-bed en zit een forse scheur in de matras. Er is airco, een telefoon en zelfs televisie, maar op de eigen badkamer steken twee pinnen uit de muur. Daar zaten ooit de douchekranen. En de douchekop ligt los van de slang, in de wasbak. Met een beetje frunniken komt er wel warm water uit de kraan. Het plafond bestaat uit twee delen. Iets met stucwerk en iets anders met hout. Geen idee of het plafond ooit ingestort is en de man die het kwam repareren wellicht tijdens de klus overleden is, waardoor de afwerking er niet meer van gekomen is. Er liggen wel dekens op de bedden en de kussenslopen ruiken in elk geval fris. Inmiddels hebben we er een sport van gemaakt om ons elke keer weer onder een andere naam in te schrijven. Slechts twee keer is om ons paspoort gevraagd ter controle. Vandaag zijn we Lex en Max van Buuren. Beroep: Troonopvolgers. Paspoortnummer: AA020202. Woonplaats: Soestdijk.
's Nachts volgt het onweer en de regen en als we 's ochtends opstaan, regent het nog. Onze eerste dag, na bijna vijf weken, dat we regen hebben. Vandaag moeten we één en ander regelen voor onze trips én naar een ander hotel gaan. Dat hotel vinden we zonder problemen en we gunnen onszelf een luxe kamer voor nog geen € 20,- per nacht. Allereerst moeten we vliegtickets regelen voor Gunung Mulu en Bario. Overmorgen vliegen we in zo'n half uur naar Mulu en volgende week maandag in een uurtje naar Bario. Allebei deze bestemmingen zijn alleen via de lucht te bereiken en de tickets bestellen we online vanaf ons eigen bed, met de laptop op schoot. Gemak dient de mens tenslotte. Voor Mulu moeten we de accommodatie hier in Miri regelen, dat doen we bij de locale VVV. Voor Bario moeten we een permit halen, maar helaas staan we aan de balie en zijn onze paspoorten vergeten. Morgen terug dus.
Het regent nog steeds als we op pad gaan maar hier kun je zelfs in de regen in je t-shirt lopen. De temperatuur is en blijft hoog, hoewel het heel snel klam wordt. Op de terugweg halen we nog wat te eten en we zijn zo onder de indruk van onze hotelkamer, dat we hier ons eten nuttigen in plaats van bij een van de vele restaurantjes. Op het menu staat: tomaten- en champignonsoep van Cup-a-soup (nog van thuis meegenomen voor noodrantsoen), Singapore Laksa (noodles in plastic pot waar alleen kokend water bij hoeft) en tonijnbroodjes. Dit alles weg te spoelen met kiwisap en een appeltje na.
Tijdens het uitbuiken op bed, na het avondmaal, zien we op het plafond een groene pijl staan. Dan weten we nu in elk geval ook in welke richting Mekka ligt, mochten we morgenochtend een gebed willen doen.
Lees ook deel 11 van dit verslag »