-

Pam en Ries op wereldreis.

Deel 1 - Georgetown

19 september 2006 - Van Surat Thani naar Hat Yai naar Georgetown

Voor maar liefst 86 bath (Ä 1,50) per persoon kopen we een treinkaartje naar Sungai Kolok, in het uiterste zuiden van Thailand. Maar voor die prijs zijn we dan wel mooi zo'n 11 uur onder de pannen. Keus uit klassen is er niet en de loketbeambte vraagt twee keer aan Ries of de eindbestemming wel klopt... Er zijn vier wagons, allemaal met rechte bankjes aan de zijkant en verder staanplaatsen. Gaandeweg de route ontdek ik dat er geen toilet is, zelfs geen vieze hangpot of zoiets, da's minder. Al snel merken we waarom de trein er zo lang over gaat doen. Bij elk gehucht met een station wordt gestopt en we stoppen ook nog vaak op plaatsen waar geen perron is. Hier stappen mensen in en uit, geen idee wat ze op die plekken gaan doen of gedaan hebben. Manden, pakketten en kinderen worden meegezeuld.

Het leuke aan deze rit is dat er geen toeristen zijn (welke gek doet nu ook zoiets...) en dat de trein dus vol zit met locals in alle soorten en maten. Vroeger had je bij ons in de trein ook zo'n man of vrouw die met koffie, broodjes en andere versnaperingen rondkwam. Hier stormt een invasie de trein in. Wij zitten in de eerste wagon en deze is blijkbaar ook de plek van waaruit alle verkopen starten. Eerst stapt er een vrouw in met twee enorme ronde tonnen en een tas met allemaal flessen. De tonnen zijn gevuld met ijs en in de flessen zit een soort siroop. Ze heeft kleine plastic zakjes, die ze vult met ijs, er siroop opgiet en dan heb je een soort slushpuppie. Rietje erbij en drinken maar. Haar collega's verlopen pinda's, frisdrank, sigaretten, natuurlijk bakjes rijst met vlees en ei, enorme vruchten -waarvan we later ontdekken dat het pommelo's zijn-, iets in een zakje dat lijkt op kwarteleieren, koekjes en grote hoeveelheden gebakken kippebouten, -vleugels en zo te zien ook de poten zelf.

Onze medereizigers komen en gaan, van families tot schoolkinderen in uniforms en alleenreizende mannen en vrouwen. Geen levend vee gelukkig. En bijna heel de reis worden we vergezeld door een oude man in een witte vuile omslagdoek. Mooi om te zien hoe karakteristiek de gelaatstrekken van deze man zijn. Hij zit uren voor zich uit te staren, dommelt soms weg en koopt af en toe wat te eten en drinken. De ramen in de trein staan open en alle verbruikte verpakkingsmaterialen belanden natuurlijk gewoon door het raam langs het spoor. Als de oude man een blikje shag tevoorschijn haalt met daarbij een soort bamboe vloeipapier, vragen we ons af hoe hij dat voor elkaar moet gaan krijgen. Zijn ene hand ligt er roerloos bij en de andere bibbert erg. Maar we stellen ons gerust met het feit dat deze man volgens ons al 105 jaar op zijn eigen manier zijn shaggies rookt en dat we ons vooral geen zorgen moeten maken. Hij vouwt gewoon wat shag in de bamboe, duwt alles in zijn mond om het goed nat te maken en het halve stuk wat vervolgens tussen zijn lippen bungelt, steekt hij aan. Door de bibberende hand en de wind in de trein gaat dat zeer moeizaam. Gelukkig is hij kaal zodat er niets in de brand kan vliegen want de vlam komt aardig dicht bij zijn mond en witte omslagdoek. Ries biedt nog aan hem te helpen maar dat wordt niet gewaardeerd. Blijkbaar kijkt hij eerst de kat uit de boom en pas als we zo'n zeven uur onderweg zijn, knoopt hij een gesprek met Ries aan. Hij brabbelt wat aan, waarschijnlijk in het Thais maar het zou ook zo maar wat anders kunnen zijn. Ries lacht en knikt wat terug en dan lijkt het wel goed te zijn.

Tijdens stop nummer 46 worden we met trein en al op een ander spoor gezet en raast de intercity voorblij. Volgens Ries de trein uit Surat Thani van 10 uur die ochtend. Ik kijk hem vertwijfeld aan. 'Dat kan niet waar zijn, waarom zitten wij dan in godsnaam in dit slome ding wat voor dag en dauw vertrokken is?' 'Omdat wij naar Sungai Kolok gaan en de intercity gaat maar tot Hat Yai', weet Ries te vertellen. 'En deze trein is veel leuker, juist omdat 'ie overal stopt en er steeds mensen in en uitgaan'. Dat kan ik alleen maar beamen. In de paar minuten die we op station Khuan Nieng staan verdwijnt de zon en valt de regen ineens met bakken uit de hemel (tussen de linker en de rechter foto zit slechts 1 minuut). Zo erg zelfs dat het zicht zo weinig wordt dat het lijkt alsof er dichte mist ontstaan is en de mensen die op de trein stonden te wachten, snel het perron weert opvluchten. Bijzonder hoe het weer hier in zo'n korte tijd om kan slaan. We vertrekken weer, op weg naar de volgende stop en dan is de zon al weer terug. Op stationnetje 'stop nummer 47' heeft het zelfs niet geregend.

Inmiddels is het twaalf uur en nu moet ik toch wel heel nodig plassen. Soms stopt de trein wat langer maar het is onduidelijk waar dat vanaf hangt en ik durf het niet aan om in 't station naar de toilet te gaan. Stel je voor, al hangend boven de pot, zo'n tuut-tuut, ten teken dat de trein weer gaat vertrekken. Nee, dan maar langer ophouden. Maar dit van twaalf tot vijf uur nog volhouden? Nee, we verlaten de trein toch maar in Hat Yai, waarbij de oude man achterblijft. Hebben we toch nog te veel betaald ťn hadden we dus ook net zo goed die intercity kunnen nemen. Voor drie bath kan ik de stationstoilet gebruiken. Ook hier weer viezigheid, het begint te wennen. Broekspijpen oprollen anders liggen ze in de nattigheid die op de vloer ligt, hurken of hangen (goed voor de bovenbeenspieren) en daarna zelf emmertjes water scheppen om door te spoelen. Toiletpapier is er niet, zeep trouwens ook niet.

En daar staan we dan, op 't station van Hat Yai, 49 keer onderweg gestopt en beiden geen idee waar we nu eigenlijk naar toe willen gaan, behalve richting MaleisiŽ. Wat lezen in de Lonely Planet doet ons besluiten om met de bus naar de grensovergang te gaan en dan door naar Georgetown, op het eiland Penang. Net voor de westkust van Peninsular MaleisiŽ. We denken tickets voor de bus gekocht te hebben, blijkt het een minibus te zijn waarin tien passagiers en een chauffeur gepropt worden. Gedurende de vier uur durende tocht zitten we allebei wat te dutten. Bij de Thaise grens eruit, exitstempel halen. Busjes weer in, stukje rijden, busje uit en entrancestempel in MaleisiŽ halen. Een visum kost niets.

Nu zit ik met de laptop op schoot in een zeer ranzig hotel dit verhaal te typen. We slapen hier voor minder dan Ä 4,- met z'n tweetjes maar je zou er nog geen vijf cent voor geven. Wat een vergane glorie hier. Penang heeft ooit onder Engels bestuur gestaan en toen zijn er best mooie gebouwen neergezet. Dat zouden nu mooie oude gebouwen kunnnen zijn, ware het niet dat er waarschijnlijk sinds het vertrek van de Engelsen zo'n eeuw geleden, hier ook niets meer aan het onderhoud gedaan is. De verf is afgebladderd, het stucwerk is links en rechts van de muren gevallen, lang geleden weer overgeschilderd, maar dan ook echt lang geleden. Plafondplaten hangen scheef, zitten vol vlekken en stofnesten en de houten vloer lijkt aan de buitenmuurkant weggerot te zijn. De wastafel is ronduit goor met oude zeepresten erin, kalkvlekken en roest. Maar gelukkig loopt het water hier in elk geval weg in de zwanenhals in plaats van over de vloer. De straat heet Love Lane. De naam doet zijn eer aan. Op de straathoeken staan de hoeren, wachtend op klanten. We worden er nog even op geattendeerd dat dit geen dames zijn, maar de alom bekende Aziatische transsexuelen.

Tot nu toe is er werkelijk niets aan deze stad, of de rest van dit eiland wat ons het idee geeft dat we na morgen nog een dagje moeten blijven. Een medepassagier van ons vertelt dat je hier goed op moet letter voor zakkenrollers en van die jongens op brommertjes die je tas van je schouder rukken. Dat in combinatie met de vergane glorie en de ratten die we al gezien hebben, zorgt ervoor dat we elkaar aankijken en min of meer besluiten om morgen gelijk door te reizen in plaats van een overblijfdagje in te lassen.

Maar ach, wij willen wat van het land zien en niet alleen de mooie toeristische plekken. Wij willen sfeer proeven en dat doen we op deze manier zeker.


Lees ook deel 2 van dit verslag »

- Het reisverslag en eventuele foto's op deze pagina zijn met uitdrukkelijke toestemming van de auteur(-s) overgenomen.

Bron: www.enkeltjebangkok.nl - Pam en Ries op wereldreis
Met dank aan Ries en Pam.

- In deze categorie:

•  2013 Ton en Ria in MaleisiŽ (deel 1)
•  2013 Ton en Ria in MaleisiŽ (deel 2)
•  Een verslag gevormd door 11 e-mails
•  17 dagen fly-drive door MaleisiŽ
•  17 dagen Kuala Lumpur, Penang en Langkawi
•  Duiken op Pulau Payar met Esther en Arno
•  Jenny in MaleisiŽ
•  John en Pasca in MaleisiŽ (deel 1)
•  John en Pasca in MaleisiŽ (deel 2) Sabah
•  Kuala Lumpur, Penang en Langkawi
•  Linda en Ward + vrienden
•  Merdeka Dag in Kuala Lumpur
•  Reisverslag van Peter Harsma
•  Trektocht door Maleisisch Borneo
•  De MaleisiŽ vakantie van Wil en Hanneke (1) West MaleisiŽ
•  De MaleisiŽ vakantie van Wil en Hanneke (2) Sabah en Sarawak
•  Reisverslag van de Twee Reizigers
-